Rond het jaar 800 was de omgeving van de huidige gemeente bedekt met veen. Als gevolg van ontginning hiervan door de mens en stormvloeden ontstonden in de regio drie grote meren, het Schermermeer in het westen, de Beemster in het oosten en het Starnmeer in het zuiden. Hiertussen lag het Schermereiland, nu ruwweg het grondgebied van de gemeente Graft-De Rijp. Veel inwoners leefden destijds van de visvangst. Na de droogmaking van de meren, in de 17e eeuw, was het geen eiland meer.
De Rijp was in de 17e, 18e en 19e eeuw zeer welvarend, dankzij de walvisvaart. Door het inpolderen van het Schermeer, de Starnmeer en de Beemster raakte de Rijp zijn directe verbinding met de Zuiderzee kwijt, waardoor aan de walvisvaart een einde kwam.
